De lang verwachte en aangekondigde hervorming van het Belgische erfrecht is een feit. De Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat betreft de erfenissen en de giften werd immers gepubliceerd in het Belgische Staatsblad en zal van toepassing zijn op alle overlijdens na 31/8/2018. Met de voorgenomen hervorming tracht men tegemoet te komen aan de actuele noden van onze maatschappij.
Zo zorgt de toename van het aantal nieuw samengestelde gezinnen immers voor nieuwe uitdagingen met betrekking tot de verhouding tussen stiefkinderen, gemeenschappelijke kinderen, halfbroers – en zussen en stiefouders.
De rode draad doorheen de wijziging is een ruimere beschikkingsvrijheid voor u, als erflater. Dergelijke autonomie biedt u immers de mogelijkheid om een successieplanning “op maat” uit te werken rekening houdende met uw specifieke situatie en wensen.
U kan bijvoorbeeld samen met uw erfgenamen een globale erfovereenkomst (familiepact) sluiten. Daarbovenop wordt de reserve (legitieme portie) onder de nieuwe regelgeving vastgeklikt op de helft (50%), ongeacht het aantal kinderen dat tot uw nalatenschap komt, en dit in tegenstelling tot de huidige wetgeving. De overige helft kan u voortaan vermaken aan wie u wilt.
Voor uw langstlevende gehuwde partner wijzigt er in sé weinig. Zo blijft deze gerechtigd op het vruchtgebruik op minimaal de helft van uw nalatenschap of in ieder geval op het vruchtgebruik op de gezinswoning en huisraad.
Maar er is meer. Wat als u in het verleden schenkingen heeft gedaan aan uw kinderen met een verschillend voorwerp? Op het ogenblik van uw overlijden zal nagegaan worden of de kinderen gelijk behandeld zijn geweest. Dit noemt men de “inbreng” en “inkorting”. Beide verrichtingen zullen voortaan plaatsvinden in waarde, te rekenen op de dag van de schenking, maar geïndexeerd tot de dag van het overlijden.
Een voorbeeld ter verduidelijking:
Een vader heeft op hetzelfde ogenblik een huis geschonken ter waarde van 200.000 EUR aan zijn dochter en bij gebreke aan een ander onroerend goed, een gelijk bedrag in geld aan zijn zoon. Onder de nieuwe wet, zal elk kind 200.000 EUR moeten inbrengen (mits indexering). Onder het huidige recht, zien we in dergelijke situaties vaak een onbedoelde scheeftrekking tussen de kinderen omdat roerende goederen (geld) worden gewaardeerd aan hun waarde op ogenblik van schenking (nominale bedrag), terwijl een onroerend goed wordt gewaardeerd op het ogenblik van overlijden. Indien bij overlijden van de vader zou blijken dat het onroerend goed in waarde is gestegen tot 300.000 EUR dan bedraagt de totale nalatenschap 500.000 EUR (200.000 EUR + 300.000 EUR). Ieder kind komt dan 250.000 EUR toe. De dochter wordt aldus verondersteld 50.000 EUR teveel te hebben ontvangen, hoewel de vader op ogenblik van schenking aan beide kinderen dezelfde waarde heeft geschonken, namelijk 200.000 EUR. Onder de huidige wet moet de dochter dan 50.000 EUR teruggeven aan haar broer. Dit wordt in de nieuwe wet uitgesloten.
Wat betekent de wijziging van het nieuwe erfrecht concreet voor u?
Indien u al een erfplanning heeft ondernomen, heeft u nog de tijd tot en met 31 augustus 2018 om voor uw notaris te verklaren dat u de huidige regels met betrekking tot de waardering en de aard van de schenking wenst te behouden. Het is aangewezen om de doelstellingen van uw bestaande planning opnieuw onder de loep te (laten) nemen om na te gaan of uw oude planning al dan niet moet worden aangepast aan de nieuwe regelgeving dan wel om een verklaring van behoud het meest geschikt is voor uw situatie.
Indien u nog geen erfplanning heeft aangevat, staan wij u graag bij om na te gaan welke wetgeving u het meeste perspectieven biedt.