Op 15 januari 2009 zal de zitting voor de Centrale Raad van Beroep te Utrecht plaats vinden. Dat zal dan het vierde proces zijn dat de stichting SBNGB voert. Dat is inderdaad na de zomervakantie 2008 zoals een eerder bericht luidde, maar wel wat lang erna. Tot troost moge dienen dat het in de regel twee jaar duurt voor een zaak bij de Centrale Raad van Beroep in behandeling komt. Wanneer de uitspraak volgt is onzeker (maart, april, mei…?).
Deze keer is het de bedoeling dat de Centrale Raad – naar aanleiding van ons beroep tegen de beslissing van de Rechtbank in Amsterdam – vragen gaat stellen aan het Europese Hof te Luxemburg. Het gaat dan met name om de vraag of de wijze waarop de expats in de zorgverzekering worden aangepakt, in overeenstemming is met het Europese Recht. Het fundamentele recht van iedere EU burger op vrijheid van verkeer en vestiging is hierbij in het geding. Ook de berekeningswijze van de zogenaamde woonlandfactor is aan de orde.
Regering en parlement in Den Haag luisterden niet naar de gedupeerde expats. Zij zullen wel móeten luisteren naar het Europese Hof, als het ons geheel of gedeeltelijk in het gelijk stelt.
Het is onze laatste kans. Horen wij andermaal het “niet ontvankelijk” of een simpel “neen” uitspreken, dan zullen wij dit pad van gerechtelijke procedures niet verder kunnen bewandelen. Onze zaak ziet er dan somber uit.
hits=0= / id=1604=