Onlangs heeft de fiscus in het licht van de aangifte personenbelasting (inkomsten 2012) een nuttig instrument gepubliceerd over de roerende inkomsten en de bijkomende heffing van 4%. Deze complexe bijkomende heffing is met ingang van 1 januari 2013 weer afgeschaft, maar kan wel eenmalig van toepassing zijn op de roerende inkomsten (interesten en dividenden) die werden genoten in de loop van 2012.
Herinnert u dat deze heffing van toepassing is op natuurlijke personen, onderworpen aan de Belgische personenbelasting, die interesten en dividenden ontvangen waarvan het totale nettobedrag hoger is dan 20.020 EUR. De heffing is enkel van toepassing op interesten en dividenden die in 2012 onderworpen waren aan het tarief van 21%. Tot 31 december 2012 kon men opteren voor inhouding aan de bron van de bijkomende heffing. Indien men geopteerd heeft voor inhouding aan de bron, dan dient men die inkomsten niet meer op te nemen in de aangifte personenbelasting. Bemerk dat ook buitenlandse roerende inkomsten onderworpen kunnen zijn aan de bijkomende heffing.
De circulaire biedt een overzicht van verschillende categorieën van roerende inkomsten, de toepasselijke tarieven van de roerende voorheffing, de algemene principes inzake de bijkomende heffing en een aantal concrete cijfervoorbeelden.
Bemerk dat men in de aangifte dient te bevestigen dat men geen roerende inkomsten heeft genoten die aanleiding geven tot de bijkomende heffing (het betreft een verklaring die men kan aankruisen). Men mag slechts in twee gevallen de verklaring aankruisen. Ofwel als men effectief minder dan 20.020 euro roerende inkomsten heeft genoten, ofwel als men meer dan 20.020 euro roerende inkomsten heeft genoten, maar in dat geval verklaart men dat alle roerende inkomsten die belastbaar waren aan 21% de bijkomende heffing van 4% aan de bron hebben ondergaan. Als men echter meer dan 20.020 euro roerende inkomsten heeft genoten en niet alle inkomsten hebben de 4% bijkomende heffing ondergaan, dan mag men de verklaring niet aankruisen. Het concrete gevolg is dan dat alle roerende inkomsten aangegeven moeten worden in de aangifte personenbelasting.
(Circulaire nr. Ci.RH. 231/615.434 (AAFisc. Nr. 20/2013) dd. 24 mei 2013, met overzichtstabel in bijlage Bron: www.fisconetplus.be) .
hits=151= / id=3140=