Op 4 juli 2013 werd de Belgische notionele intrestaftrek strijdig bevonden met het Europese recht door het Hof van Justitie. Sinds 2005 voorzag het Belgische Wetboek van Inkomstenbelastingen in een regeling tot aftrek van risicokapitaal. Hiermee wou men het concurrentievermogen van de Belgische ondernemingen vergroten door het verschil in fiscale behandelingen van financiering van ondernemingen met vreemd vermogen en die met eigen vermogen te verkleinen. De notionele intrestaftrek laat bedrijven toe een fictieve rente te berekenen op hun eigen vermogen en die rente van hun belastbare winst af te trekken. Hoe groter dat eigen vermogen, hoe groter het fiscale voordeel was. Fabrieken, kantoren of andere ‘vaste inrichtingen’ die buiten België liggen, tellen echter niet altijd mee om dat vermogen te berekenen. Zo werden vennootschappen weerhouden om haar activiteiten uit te oefenen via een vaste inrichting in het buitenland.
De Advocaat-Generaal had eerder al geoordeeld dat de notionele intrestaftrek strijdig was met het Europese recht. In de meerderheid van de gevallen wordt het advies van de Advocaat-Generaal door het Hof gevolgd.
Met dit arrest dreigt er een nieuw achterpoortje te ontstaan dat aanleiding zal geven tot het ontstaan van een nieuwe belastingsroute. De notionele interestaftrek dreigt daardoor onbetaalbaar te worden. Minister van Financiën liet in een persbericht weten dat hij het arrest grondig zal bestuderen en na het zomerreces aan de regering een voorstel tot aanpassing zal doen.
hits=326= / id=3320=