Er is een einduitspraak met betrekking tot de vraag of een Duitse tandarts kwalificeert voor de 30%-regeling in Nederland.
Deze regeling geeft aan naar Nederland komende buitenlandse specialisten een aanzienlijke belastingkorting. Feitelijk wordt 30% van het loon gezien als een belastingvrije kostenvergoeding voor het komen werken in Nederland. Om in aanmerking te komen voor deze regeling moet de inkomende werknemer een hoge kennis en kunde hebben die in Nederland niet of schaars aanwezig is.
De vraag was of een tandarts in aanmerking komt voor deze regeling. Het feit dat de tandarts of voldoende specifieke kennis en kunde beschikt, was al geen aandachtspunt meer in de procedure. Alle partijen waren het erover eens dat dat het geval was. De enige vraag was nog of deze deskundigheid schaars was in Nederland. De tandarts vond van wel en de inspecteur van niet.
Op het moment van sluiten van de overeenkomst was er namelijk geen tekort aan tandartsen in Nederland. Dit bleek uit een Capaciteitsrapport. Echter, uit nader onderzoek van dit rapport bleek dat de reden voor het afwezig zijn van een tekort kwam, doordat er juist tandartsen uit het buitenland werden aangetrokken. Als er dus geen tandartsen uit het buitenland aangetrokken zouden worden, was er wel een tekort geweest. Daarmee staat de schaarste vast en komt de tandarts in aanmerking voor de 30%-regeling.
Hoge Raad, 15 november 2013
hits=120= / id=3362=