Brief Staatssecretaris van Financiën19 juni 2015
De voorstellen van de regering voor de belastingherziening konden worden verdeeld in drie pakketten. Het overleg met de oppositiepartijen is echter inmiddels mislukt, waardoor het tweede en derde pakket al lijken te zijn vervallen. Daarmee is de kans klein dat bijvoorbeeld de BTW-verhoging er nog komt.
Het eerste pakket hield feitelijk vooral een cadeau in de vorm van een lastenverlaging in. Deze lastenverlaging zou voordelen voor vrijwel iedereen moeten brengen, maar de nadruk van de voordelen ligt bij werkenden. Die zouden het meest profiteren van de plannen. In hoofdlijnen wordt nu nog het volgende voorgesteld:
- Verlaging van de belastingtarieven in de 2e en 3e schijf van 42% naar ongeveer 40%.
- De 4e belastingschijf van 52% begint nu bij een inkomen van € 57.585. Dit beginpunt zal worden verhoogd.
- De toeslag voor de kinderopvang wordt verhoogd.
- De heffingskorting voor de werkende minst-verdienende partner (de inkomensafhankelijke combinatiekorting) wordt verhoogd.
- Een verhoging van de arbeidskorting.
- Een aanpassing van de heffing over inkomsten uit vermogen (box 3). Nu wordt standaard uitgegaan van een forfaitair inkomen van 4% van dat vermogen. Het maakt daarbij niet uit wat het werkelijke inkomen is geweest. Er wordt voorgesteld om beter rekening te gaan houden bij de werkelijke rendementen op vermogen en een onderscheid te gaan maken naar “soort vermogen” (bijvoorbeeld spaarrekening, aandelenbeleggingen of de verhuur van onroerend goed).
- Een afbouw van de algemene heffingskorting.
Omdat dit eerste pakket vooral gaat om een lastenverlichting is de kans vrij groot dat de deze (of soortgelijke) voorstellen het uiteindelijk wel zullen halen. De echte veranderingen, zoals de aanpassingen in de BTW, lijken van de baan te zijn.