Er worden geen hele grote veranderingen voorgesteld voor 2021. Toch zijn er een aantal opvallende zaken.
In de eerste plaats komt er een aanpassing in Box 3, het inkomen uit sparen en beleggen. Het heffingvrije vermogen wordt namelijk verhoogd van € 30.846 naar € 50.000. Gehuwden en partners kunnen dus een beroep doen op een vrijstelling van in totaal € 100.000. De gedachte is dat daardoor de meeste gewone spaarders geen “last” meer hebben van Box 3. Dit moet uiteraard wel betaald worden, vandaar dat het tarief in Box 3 stijgt van 30% naar 31%.
Er komt een fiscale Coronareserve in de Vennootschapsbelasting. Daardoor kan er in 2019 al een verlies worden genomen dat zich in verband met Corona pas in 2020 zal realiseren. Het verlies kan niet hoger zijn dan de winst van 2019. Per saldo kan daarmee nu al rekening worden gehouden met verliezen die anders pas volgend jaar in de aangifte over 2020 meegenomen zouden kunnen worden.
Het lage tarief in de Vennootschapsbelasting van 15% is vanaf 2021 van toepassing over de eerste € 245.000, en vanaf 2022 over de eerste € 395.000 aan winst. Daarboven wordt het tarief 25%. De eerder aangekondigde verlaging van het hoge tarief gaat dus niet door.
Voor de Vennootschapsbelasting zal ook nog worden voorgesteld om de termijnen voor verliesverrekening aan te passen. Nu kan een verlies één jaar terug en zes jaar vooruit worden verrekend. De termijn van zes jaar vooruit zou onbeperkt moeten gaan worden, maar dan wel tot maximaal een verlies van € 1 miljoen. Het meerdere boven deze € 1 miljoen zal maar voor 50% verrekenbaar zijn.
De Overdrachtsbelasting, de belasting bij de overdracht van onroerend goed, wordt aangepast. Op dit moment geldt een tarief van 2% bij de overdracht van woningen en 6% bij de overdracht van andere onroerende zaken. De toekomst wordt een stukje ingewikkelder. Er komt een 0% tarief voor de eigen woning van starters (leeftijd van 18-35), een 2% tarief voor andere eigen woningen en een tarief van 8% voor alle andere overdrachten. Dus de 8% zal ook van toepassing zijn op het moment dat het om een tweede woning gaat (bijvoorbeeld een vakantiewoning) of bij de overdracht van een woning voor de verhuur.