Intussen werd het ontwerp van programmawet ingediend in het federaal parlement met daarin de nieuwe regeling voor de fiscale (en sociale) regularisatie. De bedoeling is om de Programmawet voor het jaareinde te laten goedkeuren. Het nieuwe regime zou immers vanaf 1 januari 2016 in werking moeten treden. De ingediende tekst bevat geen fundamentele wijzigingen ten aanzien van de eerdere versie (zie in de vorige aflevering van deze rubriek).
Eerder had de Raad van State met spoedeisendheid haar advies verleend omtrent de grondwettelijkheid van de regeling. Zonder een voorafgaand samenwerkingsakkoord met de regio’s (die o.m. bevoegd zijn voor de successierechten) riskeert de regeling vernietigd te worden voor het Grondwettelijk Hof wegens bevoegdheidsoverschrijding. De regering hoopt dit grondwettelijk probleem deels te counteren door de federale regeling enkel betrekking te laten hebben op inkomstenbelastingen, BTW en verzekeringstaksen. Het is nog maar de vraag of alle regio’s bereid zijn om hun medewerking te verlenen aan de nieuwe fiscale regularisatie. Zonder akkoord van de regio’s riskeert de nieuwe regeling weinig succes te kennen bij veel belastingplichtigen.