Hof ’s-Hertogenbosch, 19 november 2015
De woonplaats van een natuurlijke persoon wordt volgens de Nederlandse belastingwet bepaald op grond van de omstandigheden. Er moet daarvoor zoveel mogelijk worden gekeken naar de feiten en omstandigheden bij het specifieke geval.
In dit geval betrof het een Nederlander, de heer X, die eerst naar Curaçao was vertrokken en vervolgens in Puerto Rico was gaan wonen. In Puerto Rico is hij uiteindelijk ook getrouwd en heeft hij een succesvol bedrijf opgezet. Wel bleef hij tegelijkertijd ook zakelijke belangen in Nederland houden, onder andere door middel van eigen vennootschappen. Voor zaken kwam hij ook in Nederland, waar hij ook nog familieleden had.
In 2007, tijdens een bezoek aan Nederland, is X ziek geworden en opgenomen in een Nederlands ziekenhuis. Hier heeft hij enig tijd verbleven. Na zijn ontslag uit het ziekenhuis heeft hij een huis gehuurd in Nederland, waar hij ook nog een aantal maanden is gebleven tijdens zijn herstel. Uiteindelijk was X weer voldoende hersteld om terug te keren naar Puerto Rico.
In 2008 en 2009 is X met enige regelmaat in Nederland, met name voor zaken, onder andere het opzetten van nieuwe activiteiten. Begin 2009 komt X wederom naar Nederland, maar hij laat daarbij zijn persoonlijke eigendommen achter in Puerto Rico. Niet lang na aankomst in Nederland wordt de heer X in 2009 opnieuw ziek en in Nederland opgenomen in het ziekenhuis. In maart 2009 komt hij uiteindelijk helaas te overlijden.
Voor de erfbelasting neemt de Nederlandse belastingdienst vervolgens het standpunt in dat X ten tijde van het overlijden woonachtig was in Nederland. Het komt uiteindelijk tot een rechtszaak en de belastingrechter moet beoordelen of X in Nederland woonde op het moment van overlijden of niet. Daarbij moet hij alle feiten en omstandigheden meewegen, onder meer het feit dat hij regelmatig in Nederland was, ook op het moment van overlijden. Daarnaast was van belang dat hij activiteiten in Nederland had, maar ook in Puerto Rico. Ook was relevant dat X zowel in Nederland als in Puerto Rico bankrekeningen aanhield, waarbij duidelijk het grootste deel van het vermogen op de Puerto Ricaanse bankrekeningen aanwezig was. Een ander punt was dat X de afgelopen jaren als inwoner aangifte inkomstenbelasting in Puerto Rico had gedaan. Tenslotte neemt de rechter mee dat het gezinsleven van X zich afspeelt in Puerto Rico en niet in Nederland.
Gezien alle omstandigheden komt de rechter tot de conclusie dat de banden van X met Puerto Rico sterker waren dan die met Nederland. X was daarmee niet woonachtig in Nederland, waardoor de Nederlandse erfbelasting niet van toepassing was. De Nederlandse aanslag erfbelasting komt te vervallen.